Rematic-MC-Product-Uitgelicht
NAN
  • Cascaderegelaar voor 5 Remeha ketels per regelaar
  • Uit te breiden met 3 additionele MC regelaars
  • Volgordewisseling van ketels op basis van bedrijfsuren per ketel
Modulerende, weersafhankelijke cascaderegelaar

Rematic MC

Voor de perfecte regeling van meerdere ketels in cascade levert Remeha de Rematic MC, een modulerende cascaderegelaar. De uitgekiende regelstrategie is nauw afgestemd op Remeha-ketels en garandeert een optimale samenwerking met de geavanceerde Comfort Master besturing van de ketels. De menugestuurde bediening en het permanent verlichte display maken deze regelaar extra aantrekkelijk.

Vraag een accountmanager
  • Minimale bekabeling

    Minimale bekabeling

  • Weekklok met twee bedrijfsperiodes per dag

    Weekklok met twee bedrijfsperiodes per dag

  • Jaarklok met acht vakantieperiodes per jaar

    Jaarklok met acht vakantieperiodes per jaar

  • Registratie van temperaturen tot en met ketelstarts

    Registratie van temperaturen tot en met ketelstarts

Technische specificaties

Technische specificaties

Rematic MC

  • Gewicht
    700 gram
  • Afmetingen
    208 x 165 x 55 mm
  • Nominale voedingsspanning
    230 VAC. + 10% - 15%, 50/60 Hz
  • Maximale omgevingstemperatuur (opslag)
    -10 tot 70
  • Maximale omgevingstemperatuur (bedrijf)
    0 tot 40

Energie-efficiëntie klasse

Verwarming/

Verwarming

Water/

Water

Combi

Combi comfort systeem

Training prof

Boek een training in Mijn Remeha

Productdata sheet

Productdata sheet Rematic MC

  • De feiten in het kort
  • Uitbreidingsmogelijkheden Rematic MC
  • Schakelmethoden
  • Wanneer cascade?
  • Installatie en onderhoud tips

De feiten in het kort

  • (Weersafhankelijke) cascaderegelaar voor 5 Remeha-ketels.
  • De gewenste aanvoertemperatuur wordt bepaald:
    – aan de hand van de ingestelde stooklijn (en ruimtetemperatuur, indien gemeten).
    – door een extern analoog signaal (0-10V DC, bijvoorbeeld van een GBS).
    – door een extern potentiaalvrij contact (contact gesloten betekent: vaste, programmeerbare aanvoertemperatuur).
    – op basis van de gewenste aanvoertemperatuur van andere CTR-compatibele regelingen (Cenvax regelaars)
    – op basis van de gewenste aanvoertemperatuur afkomstig van een andere OpenTherm regelaar.
  • Weekklok met twee bedrijfsperiodes per dag.
  • Jaarklok met acht vakantieperiodes per jaar.
  • Optimalisering stooklijn en aanwarmtijdstip.
  • Ruimtetemperatuurcompensatie bij aangesloten ruimtevoeler.
  • Volgordewisseling van ketels op basis van bedrijfsuren per ketel.
  • Minimale bekabeling dankzij eenvoudige twee-draads- aansluitingen naar ketels en additionele regelaars.
  • Registratie van temperaturen, storingen, bedrijfsuren en aantal ketelstarts.
  • Uitgang 230 V voor een transportpomp met een opgenomen vermogen van max. 400 W.
  • Storingsuitgang (relais contact).
  • RS 232-poort voor beheer en/of storingsmelding op afstand (via PC, modem of GBS).
  • Uit te breiden met 3 additionele regelaars voor cascade- opstelling tot maximaal 20 ketels.
  • Keuze uit 4 verschillende schakelmethoden:
    – Zo min mogelijk ketels gelijktijdig in bedrijf.
    – Zo min mogelijk schakelingen.
    – Zoveel mogelijk ketels tegelijk in bedrijf.
    – Combinatie van bovenstaande 3 methoden, met onderscheid naar ketelvermogen.

Uitbreidingsmogelijkheden Rematic MC

  • Overwerktimer *
  • Ruimtevoeler
  • Ruimtethermostaat (OpenTherm, bijvoorbeeld Remeha Celcia 20 en Remeha iSense).
  • Cenvax regelaar(s) via de CTR-bus *
  • Modem *
  • Bij een cascadeopstelling van meer dan 5 ketels wordt de Rematic MC uitgebreid met maximaal drie additionele regelaars (die dan als ‘slave’ werken)

* Niet leverbaar door Remeha.

Schakelmethoden

Als in de installatie meerdere ketels in cascade worden geplaatst, kan het gewenste vermogen op verschillende manieren over de ketels verdeeld worden. De Rematic MC bepaalt het moment waarop een ketel wordt bijgeschakeld en bepaalt het gewenst vermogen voor elke ketel aan de hand van één van de vier geprogrammeerde schakelmethoden. Voor alle schakelmethoden geldt, dat zodanig wordt gemoduleerd, dat het geleverd vermogen precies overeenkomt met het gewenst vermogen.

Schakelmethode 1

In principe wordt een ketel zo laat mogelijk bijgeschakeld en zo vroeg mogelijk afgeschakeld. Op deze wijze zijn zo min mogelijk ketels gelijktijdig in bedrijf, wat resulteert in een zo laag mogelijk elektrisch energieverbruik.

Schakelmethode 2

In principe wordt een ketel zo laat mogelijk bijgeschakeld en zo laat mogelijk afgeschakeld. Zo worden zo min mogelijk schakelingen gemaakt, wat resulteert in een zo laag mogelijke emissie en een optimaal rendement. Deze schakelmethode heeft onze voorkeur.

Schakelmethode 3

In principe wordt een ketel zo vroeg mogelijk bijgeschakeld en zo laat mogelijk afgeschakeld. Op deze wijze zijn zoveel mogelijk ketels tegelijk in bedrijf, met een zo laag mogelijk vermogen. Dit resulteert in een iets hoger energieverbruik, maar kan gunstig zijn voor de diameter van een gezamenlijke rookgasafvoerbuis.

Schakelmethode 4

In principe wordt een ketel zo laat mogelijk bijgeschakeld en zo laat mogelijk afgeschakeld. Het is dezelfde sturing als schakelmethode 2, maar met schakelmethode 4 kan je onderscheid maken tussen ketels met grote verschillen in vermogen (bijvoorbeeld Quinta 25s de Quinta 65).

Wanneer cascade?

In veel situaties is het interessant om het totaal op te stellen ketelvermogen te verdelen over meerdere ketels. De vraag over het optimale aantal toestellen in cascade komt daarbij regelmatig aan de orde. De factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere:

Investering

Bij ketelopsplitsing kunnen de investeringskosten (ketelprijs inclusief montage, appendages, leidingen, pompen,
rookgasafvoer en regelapparatuur) lager uitvallen. Dit is echter zeer situatie-afhankelijk.

Bedrijfszekerheid

Een groter aantal toestellen zal een grotere bedrijfszekerheid opleveren. Hier is echter een duidelijke bovengrens aan
te geven. Onderzoek heeft uitgewezen dat bij cascadeopstellingen van vier toestellen de bedrijfszekerheid al optimaal is.

Rendement

Mits regeltechnisch en hydraulisch alles in orde is (en dat is moeilijker naarmate het aantal ketels groter wordt), zijn er geen noemenswaardige rendementsverschillen tussen meerdere kleine of enkele grote ketels. Deze stelling kan ook worden omgedraaid; in een cascade-opstelling met een groot aantal ketels waar hydraulisch en regeltechnisch niet alles in orde is, zal er sprake zijn van rendementsverlies

Onderhoud en storing

Een installatie met meerdere ketels vertoont een grotere absolute kans op storingen. Het onderhoud van vele kleine ketels kost meer dan één of enkele grote ketels. Hier staat tegenover dat service en onderhoud van kleinere ketels door een grotere groep monteurs kan geschieden.

Opstelling

Dankzij de lichtere en kleinere ketels neemt het aantal plaatsingsmogelijkheden binnen een gebouw toe. Er is praktisch geen vloeroppervlak nodig en er is geen vloerbelasting.

Er zal steeds per project moeten worden beoordeeld welke oplossing de beste is. Met het oog op rendement en bedrijfszekerheid adviseren wij een cascade-opstelling van maximaal 4 à 5 ketels. In verband met de beschikbare ruimte of op basis van andere motieven kunt u eventueel kiezen voor een groter aantal toestellen in cascade.

 

Installatie en onderhoud tips

Plaatsen

  • De regelaar kan op de wand naast een ketel worden gemonteerd of in een schakelkast worden ingebouwd
  • Standaard geleverd met buitenvoeler en aanlegvoeler
  • De aanvoertemperatuur wordt bewaakt door middel van een instelbare tijd en een instelbare temperatuurafwijking

Aansluiten

  • De Rematic MC is in staat vijf ketels in cascade aan te sturen. Bij een cascadeopstelling van meer dan vijf ketels kan je de Rematic MC uitbreiden met maximaal drie additionele regelaars (die dan als ‘slave’ werken).
  • De ketels kunnen tijdens de configuratie in (maximaal) 3 groepen worden ingedeeld. Zo kan onderscheid worden gemaakt in grote en kleine ketels.

In gebruik nemen

De veelzijdige regelaar kan op verschillende manieren de gewenste aanvoertemperatuur bepalen:

  • Aan de hand van de ingestelde stooklijn
  • Stooklijn met ruimtetemperatuur compensatie (optionele ruimtetemperatuursensor)
  • Door een extern analoog signaal (0-10V DC, bijvoorbeeld van een GBS)
  • Door een extern potentiaalvrij contact (contact gesloten betekent: vaste, programmeerbare aanvoertemperatuur)
  • Op basis van de gewenste aanvoertemperatuur van andere CTR-compatibele regelingen (Cenvax regelaars)
  • Op basis van de gewenste aanvoertemperatuur afkomstig van een andere OpenTherm-regelaar
Documentatie en downloads

Documentatie en downloads